logo
Zoeken:

Inloggen:


Gegevens vergeten?

Onderwijsenquête 1799 

Het eerste landelijke overzicht van de toestand van het onderwijs stamt uit 1799. Enige jaren daarvoor had de Bataafse Republiek een einde aan het gewestelijk en stedelijk particularisme van de Republiek van de Verenigde Nederlanden gemaakt en de eenheidsstaat uitgeroepen. Van de inwoners werd verwacht dat zij hun oude bindingen opgaven en zich zouden identificeren met de cultuur van de nieuwe staat. Om de eenheidsgedachte te stimuleren nam de overheid diverse maatregelen. Het onderwijs werd als hét middel om een bijdrage aan de fundering van de nationale staat te leveren, gezien. Van staatswege zou aan de herinrichting een reorganisatie van het gehele onderwijs leiding worden gegeven. In 1798 belastte de overheid een Agent van Nationale Opvoeding met deze taak.

In de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden was het onderwijs een zaak van gewest, stad, particulieren en gereformeerd kerkelijke instanties. Op het landelijke niveau was de toestand onbekend en dus werd het een van de eerste taken van de Agent om bij de lagere overheid de nodige informatie in te winnen. Zonder een goed inzicht in de bestaande situatie kon moeilijk met de hervorming begonnen worden. Dus zond de Agent in 1798/begin 1799 vragenformulieren rond. Deze enquête werd een succesvolle operatie. Over alle vormen van onderwijs – universiteit, Latijnse school, Franse school en Nederduitse, lagere school – werden gegevens opgevraagd. Ze kwamen massaal binnen en zijn later op het bureau van de Agent in overzichtelijke staten uitgewerkt. Deze geven een nagenoeg compleet beeld van de organisatie en inrichting van al het onderwijs in het gehele land – exclusief Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en een klein gedeelte van Brabant, die toen nog niet bij ons land hoorde.

Bayum hoorde bij het departement van de Eems. In het register zijn de volgende gegevens te vinden:

In Bayum woonden toen 66 mensen. De school telde gemiddeld 12 leerlingen. Er was één onderwijzer, Hoite Jans R.C.. Deze was tevens collectant en schoenmaker. 
Voor zijn lesgevende taken ontving hij f 100.-  Verder had hij vrij wonen.
Het schoolgeld bedroeg f 1,- per jaar. Geen van de kinderen kreeg ondersteuning, omdat de armoede te groot was. In totaal was dat f 42.
Verder kwam er f 20.- uit de kerkekas en f 80 uit de landerijen.
De school en het woonhuis waren eigendom van de kerk.

 

  


Bijdragen betrekkelijk den staat en
de verbetering van het schoolwezen
in het koningrijk Holland, 1807