logo
Zoeken:

Inloggen:


Gegevens vergeten?

Onderwijzers in Baaium

Op 28 jan. 1597 was Pieter Oedsz schoolmeester te Baijum; hij was toen curator over een minderjarige.a In mei 1605 en op 23 mei 1609 was mr. Pieter Oedtsz, nog steeds schoolmeester "toe Wradschebayum".

Tussen 1624 en 1642 liet het echtpaar Oedts Pijters en Siu Jeppedr. hier een aantal kinderen dopen: op 21 okt. 1624 Wypk, op 30 april 1626 Pieter, op 12 okt. 1628 Pieter, op 12 dec. 1630 Pieter, op 30 juni 1633 Ryxt, op 21 febr. 1636 Wypk, op 21 okt. 1638 Augustinus en op 16 jan. 1642 Marten. In het doopboek werd hij echter niet als "mr." aangeduid.

Op 5 mei 1642 was mr. Pier Jeltes schoolmeester te Baijum met zijn vrouw May Jansdr.; ook op 29 april 1654 was hij hier nog. 

Op 25 okt. 1657 werd Inne te Baijum gedoopt, een zoon van Rijntije Sijberens en Aefke Martens. Er staat echter niet bij dat hij schoolmeester was. In 1659 woonde hier Rintie Sijbrandts; ook dan zonder aanduiding "schoolmeester". Echter in juni 1678 werd hij omschreven als: Rintje Sibrandts "schoolmeester tot Bajum". In aug. 1682 en in 1694 werd hij mr. Rintie Sijbrens, schoolmeester te Baijum genoemd. In febr. 1687 was hij tevens dorprechter en ontvanger. Op 19 mei 1685 was Rintie Sijbrens nog steeds schoolmeester te Baijum. Op 16 juli 1693 is te Baijum getrouwd Rintie Sijbrantsz schoolmeester te Baijum met Antie Oedtzes van Dronrijp. Hij was hier op 16 juli 1699, 25 aug. 1700, 25 mei 1703, 13 jan. 1709, 7 jan. 1713, 7 okt. 1714 en 18 mei 1715 steeds als schoolmeester.

 

In 1703 was Sijbren Jelles hier dorprechter. Op 4 nov. 1714 zijn te Baijum getrouwd: Sybbren Jellis en Jeltie Wijbbes, beiden te Baijum. Toen was hij nog geen schoolmeester, want in dat jaar vervulde Rintie Sijbrands deze functie. Op 22 april 1715 werd te Baijum Seike gedoopt, dochter van Sijbren Jellis en Jeltie Wijbes echtelieden. Er staat niet bij "schoolmeester". Op 15 maart 1716 werd hun dochter Aafke gedoopt. In 1720 was Sijbren Jelles dorprechter en dan opeens in 1724 werd hij omschreven als: Sijbren Jelles, schoolmeester, dorprechter, collecteur en koster. Hij werd in 1725 aangeklaagd bij de Staten van Friesland wegens fraude. Hij werd op 8 dec. 1725 veroordeeld tot geseling en drie jaar tuchthuisstraf, wegens "qualijcke praktijken als collecteur". Volgens Wumkes in "Kroniek van Friesland" heeft Sybren Jelles de pachters wijsgemaakt, dat de molenaar fraudeerde, en aangeboden dit te ontdekken, waarna deze hem een premie beloofden. Hierop had hij heimelijk in de molenaarshuizing twee zakken weten te bezorgen. Hij is gestraft met geeseling en drie jaar tuchthuisstraf. Hij werd afgezet als schoolmeester en uit zijn andere functies ontheven. Zijn vrouw Jeltie Wijbes bleef hier wonen, doch vertrok op 28 april 1732 naar Arum.

 

Op 26 mei 1724 "zijn tot de gemeente overgekomen": Sjoerd Douwes schoolmeester te Baijum en Grietie Douwes, met attestatie van Wommels. Grietie Douwes is te Baijum overleden. Op de 14 sept. 1732 trouwden Sjoerd Douwes schoolmeester van Baijum en Pitie Lous van Welsrijp. Meester Sjoerd is op 30 nov. 1732 overleden.

Op 4 okt. 1733 stonden in de lidmaten lijst mr. Tjeerd Piersz, schoolmeester te Baijum, met zijn vrouw Marijke Wilties. Ze kwamen met attestatie van Wommels. In 1749 was mr. Tjeerd Piers hier schoolmeester, ook nog in 1750. In de jaren 1749-1751 tekende hij nog diverse akten, in zijn functie als diaken. Hij is gestorven vóór 21 febr. 1753.

In 1753 was hier , als schoolmeester mr. Pier Tjeerds (Groeneveld), zoon van de vorige meester. Hij was omstreeks 1732 geboren. Hij was tevens dorprechter en schoenmaker. Hij trouwde hier op 18 febr. 1753 met Rinske Pieters. Op 1 aug. 1754 werden zij beiden aangenomen in de kerk op belijdenis van het geloof. Hij was hier in 1769 nog. In april 1796 stond in de Leeuwarder Courant een oproep voor sollicitanten voor de post van kerk- en schoolmeester te Baijum. Ook in 1799 kwam hij nog voor, toen hij na het overlijden van mr. Jacob Andringa van Welsrijp, daar even de school waargenomen heeft. In 1802 was hij weer voorzanger te Welsrijp.

In 1807 was Hoite Jans Jansen hier als schoolmeester, klokluider, enz. Hij was tevens schoenlapper. Als veldwachter verdiende hij ƒ 15,35 per jaar. In een rapport van de schoolopziener werden hij en zijn vrouw "brave oude lieden" genoemd. Misschien had hij dus de school al wie weet hoe lang waargenomen. Hij stond hier tot zijn dood, in het najaar van 1826. Een rang heeft hij nooit gehaald.

Op 12 mei 1827 kwam hier Jan Pieters Kiestra, 3e rang en afkomstig van Itens. Zijn vrouw heette Fokeltje Jans Rispens. Hij is gestorven op 2 maart 1855, oud bijna 69 jaar. Zijn zoon was J.J. Kiestra, heel- en vroedmeester te Ee.

Op 1 okt. 1855 werd Petrus van der Maen, 3e rang en ondermeester te Heeg, hier aangesteld als hoofd. Het salaris bestond uit: de huur van 4 bunder 65 roeden en 11 ellen bouw- en weiland (ƒ 192 per jaar), ƒ 60 van de kerk, de schoolpenningen (van 10 à 14 leerlingen) en een vrije woning. Hij werd op 1 juni 1858 benoemd te Beetgum, waar hij op 1 juli van dat jaar begon.

Op 4 okt. 1858 werd hij opgevolgd door Willem Talsma, die provisioneel te Makkum was. In 1876 kwam hier een nieuwe school. Hij ging in 1898 met pensioen, toen de school werd opgeheven.

Bijzonder onderwijs

Op 1 juli 1884 werd te Baijum een christelijk nationale school geopend. Het eerste hoofd was M. Gaikema, die in 1921 werd opgevolgd door J. Salverda. Deze is in 1928 naar Stavoren vertrokken. In 1928 kwam W. Overal Tzn., uit Wanswerd. De school werd met ingang van 15 dec. 1933 door het schoolbestuur opgeheven en W. Overal kreeg pensioen. Hij is op 71-jarige leeftijd te Welsrijp gestorven, in jan. 1952.

bron: FRYSKE AKADEMY


Bij het overlijden van meester Salverda, uit de Leeuwarder Courant in 1935

Naar een site met veel informatie van het knaw