logo
Zoeken:

Inloggen:


Gegevens vergeten?

Dr. Karel F. Gildemacher: "Friese plaatsnamen, Alle steden dorpen en gehuchten"

Baaium / Baijum (Littenseradiel)
Het dorp wordt in 1275 eeuw voor het eerst aangehaald als Baym. In de veertiende eeuw is het Bayum. Later, tot in de twintigste eeuw wordt ook Baijum, Baium, Bajum, Bayom, Baion of Baaijum gespeld. Ten zuidwesten van het dorp werd in de twaalfde eeuw een klooster gesticht. Ter onderscheiding wordt het eigenlijke dorp sinds de vijftiendeeeuw ook wel Wrâldske Baijum ('wereldse') genoemd. Het gehucht op de plek van het klooster heet dan Muontsebaaium. Een nog kleinere nederzetting tussen de twee Baaiums in was Houten Baijum. Misschien was er op die plek een houten gebouw waaraan de naam werd ontleend.
De naam is gevormd met heem als slot element en de familienaam Badinga als eerste bestanddeel. Die familienaam is afgeleid van de persoonsnaam Bade, 'gebieder' of 'strijd'.
Bron: Karel F. Gildemacher's boek Friese plaatsnamen, Alle steden dorpen en gehuchten, blz 31, ISBN 9 789033 006432
 
Muontsebaaium / Monnikebaaium (Littenseradiel)
Ten zuidwesten van Baaium werd in de twaalde eeuw een klooster gesticht. Om onderscheid te maken met het dorp wordt de plaats van het klooster soms Muontsebaaium genoemd. Als Monkebayum (1510) of Moenkebayum (1511) vinden we het in 1510. Zestiendeeeuwse kaarten spellen Monickebayum. Sindsdien zijn er veel spellingsvarianten in gebruik geweest. In de negentiende eeuw schrijft men van Monniken - Bajum. Op een moderne kaart staat ls huisnaam (eigenlijk foutief) Muontsjebaayum.
Het eerste element is muonts, 'monnik.' Het tweede bestanddeel is de plaatsnaam Baaium.
bron: Karel F. Gildemacher's boek Friese plaatsnamen, Alle steden dorpen en gehuchten, blz 167

Van der Aa 1846

BAJUM, Baijum, Baaijum of Bayum, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, arr. en 3 u. N. van Sneek, kant. en 2 1/2 u. N. O. van Bolsward, griet. Hennaarderadeel, 1/2 u. O. van Welsryp, 1/2 u. W. van Huins, 1 1/2 u. Z. O. van Franeker. Men telt er ruim 90 inw. die meest in den landbouw en veeteelt hun bestaan vinden, en onder welke 60 Herv., 10 Doopsgez. en 20 R. K. zijn. Het dorp bevat 16 h. en eene school met 16 leerlingen.
Vóór de kerkhervorming had Bajum eene parochiekerk, die onder den Proost van Utrecht behoorde, en waarvan de pastorie door eenen Kanonnik van de Premonstratenser orde bekleed werd. Deze pastorie bragt 100 goudguld. op; van de prebende kwamen 60 goudguld. In deze kerk had men eene doopvont, die groot was, zoodat men nog, om iets dat groot en ruim is uit te drukken, daarop zinspelende, zegt: "zoo groot als de Bajumer doopvonte." Dit oude stuk is thans nog in de kerk aanwezig. tegenwoordig behoort de kerk van dit dorp, welke op eene hooge terp ligt, tot de Herv. gem. van Welsryp-en-Bajum.
Niet ver van de kerk heeft vroeger eene oude stins gestaan, zijnde een fraai huis, rondom door eene gracht omgeven. De tot dit dorp behoorende landen, bestaan in bijzonder vruchtbaar bouwland en zeer goed weiland, op hetwelk, naar men wil, de schapen niet ligt door de galziekte aangetast worden. 
 

Nogmaals Van der Aa

BAJUM, voorm. nonnekloost. van de Premonstratenseorde, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, bij het d. Winsum.
Het was in het jaar 1186 door Jelmerus, de eerste Abt te Lidlum, gesticht, en werd, omdat het op de eene terp lag, ook Michielsberg genoemd. In den tachtigjaren oorlog werd dit klooster verwoest, en de inkomsten zijn aan de provincie Friesland vervallen. Het is meest onder den naam van Monniken-Bajum bekend, en bestaat nog in eene boerderij, nabij den rijweg gelegen.
Van der Aa over de herv. gemeente
WELSRYP-EN-BAJUM kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Harlingen, ring van Franeker, met twee kerken, als ééne te Welsryp en ééne te Bajum. Men telt er 450 zielen, onder welke 80 Ledematen. De eerste, die in deeze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Wigger Dirks, die in het jaar 1583 hier reeds in dienst was en in het jaar 1606 is overleden.
 

Vaderlandsch woordenboek. Jacobus Kok 1786

 
Vitae Abbatum Orti Sancte Marie
De vrouwen van klooster Lidlum werden apart ondergebracht in een klooster op een terp bij Bajum onder winsum. Het vrouwenklooster kreeg St. Michael als patroonheilige en droeg daarom officieel de naam "Mons Sancti Michaëlis" (-berg van de heilige Michael), maar werd aangeduid als Monnickebajum.